VEEL VOORKOMENDE PROBLEMEN, VEROORZAAKT DOOR VERSCHILLENDE TYPES
Bij een smalle toelopende of korte voorsnuit:
- Het ontbreken van een STOP; geen diepte van het hoofd.
- Het ontbreken van een goede bovenschedel.
- De volledige grootte van het hoofd, die klein is ten opzichte van de lichaamsmaat.
- Verbening of vulling zichtbaar onder de ogen.
- Losse oogranden en kleine spleetogen.
Bij een overdreven grote voorsnuit:
- Slappe of hangende lippen (dit verbergt de kracht van de onderkaak).
- Te grote en te ronde uitpuilende ogen; zichtbaar wit in de ogen.
- Een te diepe STOP (deze moet kenmerkend zijn maar niet zo diep als bij een Boxer).
- Een te korte voorsnuit (korter dan 1/3 van de totale hoofdlengte).
- Een te groot hoofd ten opzichte van de lichaamsmaat (deze hond is niet in proportie en lijkt voorover te zullen vallen, wanneer de begeleider de lijn zou loslaten).